TDM amikacine

Indicaties TDM

Amikacine is een geneesmiddel met een nauwe therapeutisch-toxische marge. Therapeutische drug monitoring d.m.v. dalspiegels wordt aangeraden om potentiële toxiciteit te vermijden. Het opvolgen van dalspiegels is aanbevolen bij:

  • een therapieduur van meer dan 3 dagen;
  • patiënten met een verminderde of onstabiele nierfunctie;
  • patiënten met een groot distributievolume: brandwonden, levercirrose met ascites, septische shock met capillair leksyndroom;
  • patiënten met een hoog risico op toxiciteit: vb. combinatie met andere nefrotoxische geneesmiddelen.

De bepaling van piekwaarden is niet aangewezen.

Afname instructies

Algemene richtlijnen

  • De bloedname voor TDM aminoglycosiden gebeurt in een standaard lithium‐heparine tube.
  • Verder is het belangrijk dat er GEEN afname via poortkatheter, de getunnelde of PICC katheter gebeurt.

Timing van de afname

Timing dalspiegel na opstart amikacine of dosiswijziging:

  • Net vóór  3de dosis (48 uur na de start van de behandeling)

Aangewezen frequentie bij daaropvolgende monitoring:

  • 2x per week

Interpretatie: referentiewaarden voor amikacine

  • Ref. waarde dalspiegel: <5.0 mg/L
  • Vaste commentaar “referentiewaarde geldig voor dosering van 25 mg/kg iv in één toediening, met maximale dagdosis van 2,5 g”

Richtlijn voor dosisaanpassing bij te hoge dalspiegel 

  • Dalspiegel 5-7,5 mg/L: verleng doseerinterval naar 1 gift per 36u  
  • Dalspiegel >7,5 mg/L: verleng doseerinterval naar 1 gift per 48u