TDM gentamicine
Indicaties TDM
Gentamicine is een geneesmiddel met een nauwe therapeutisch-toxische marge. Therapeutische drug monitoring d.m.v. dalspiegels wordt aangeraden om potentiële toxiciteit te vermijden. Het opvolgen van dalspiegels is aanbevolen bij:
- een therapieduur van meer dan 3 dagen (ook bij subtherapeutische dossisen i.k.v. endocarditis);
- patiënten met een verminderde of onstabiele nierfunctie;
- patiënten met een groot distributievolume: brandwonden, levercirrose met ascites, septische shock met capillair leksyndroom;
- patiënten met een hoog risico op toxiciteit: vb. combinatie met andere nefrotoxische geneesmiddelen.
De bepaling van piekwaarden is meestal niet aangewezen. Bij gebruik van subtherapeutische dosissen om een synergistisch effect te bereiken (bv. endocarditis) heeft het afnemen van een piekspiegel geen nut. Het opvolgen van piekspiegels kan aangewezen zijn bij patiënten met een sterk afwijkend distributie volume (kritisch zieken, belangrijk overgewicht, brandwonden) en bij de behandeling van multiresistente micro-organismen. In deze gevallen wordt er contact opgenomen met team infectieziekten (tel. 804513, 804515, 4720,4736).
Afname instructies
Algemene richtlijnen
- De bloedname voor TDM aminoglycosiden gebeurt in een standaard lithium‐heparine tube.
- Verder is het belangrijk dat er GEEN afname via poortkatheter, de getunnelde of PICC katheter gebeurt.
Timing van de afname
Timing dalspiegel na opstart gentamicine of dosiswijziging:
- net vóór de 3de dosis (48 uur na de start van de behandeling of wijziging van de dosis).
Aangewezen frequentie bij daaropvolgende monitoring:
- 2 x per week
Interpretatie: referentiewaarden voor gentamicine
- Referentiewaarde dalspiegel: <1.0 mg/L
Richtlijn voor dosisaanpassing bij te hoge dalspiegel
- Dalspiegel 1-1,5 mg/L: verleng doseerinterval naar 1 gift per 36u
- Dalspiegel > 1,5 mg/L: verleng doseerinterval naar 1 gift per 48u